Staat van de Wereld 15

Afgelopen week heb ik een gesprek gehad met iemand van iXperium. Een netwerkorganisatie op het gebied van leren en lesgeven met ict. Het was een interssant gesprek waarin een iets andere houding ten opzichte van big-tech in het onderwijs werd aangenomen. Dit gesprek heeft me wel duidelijk gemaakt dat er één conclusie getrokken kan worden in mijn onderzoek: Iedereen binnen het onderwijs moet vragen blijven stelen. Niemand heeft van nature inzicht om kritisch vragen te stellen. Mijn idee over de fabriek die de achterliggende mechanisme van big-tech laat zien zou eigenlijk door iedereen in het onderwijs zelf ontworpen moeten worden om bewust vragen te stellen hoe iets in elkaar zit.

Onderzoek

Grote technologiebedrijven in het onderwijs (v.2)

Inleiding

Elke dag wanneer ik uit mijn bed stap of soms nog terwijl ik in mijn bed lig rijkt mijn hand naar mijn telefoon. Terwijl ik langzaam wakker word glijden mijn vingers over het scherm. Ik lees mijn Whatsapp berichten, kijk wat ik op Instagram heb gemist, open mijn Snapchat, lees nieuwe mails in Gmail en tot voorkort scrolde ik ook snel mijn Facebook tijdlijn door. In de eerste tien minuten dat ik wakker ben heb ik al contact gehad met drie van de vijf grootste technologiebedrijven op de wereld.

Gedurende de dag zijn deze bedrijven zijn de hele dag bij mij. Ik kan me geen dag meer voorstellen dat ik geen gebruik maak van Google, Facebook, Amazon, Apple of Microsoft.

Uiteraard heeft dit een reden, ik maak graag gebruik van de producten die deze bedrijven aanbieden omdat ze zo fantastisch werken. Snelle producten die niet vastlopen en mooi ontworpen zijn. Daarnaast is het grootste deel van deze producten ook nog eens gratis. Tel uit je winst.

Toch roept het ook vragen bij me op wanneer ik hieraan denk, gratis producten die zo mooi zijn. Vragen die je vaker langs hoort komen wanneer je het nieuws volgt. Vragen over privacy, algoritme, big-data en andere vage termen. Vragen waar je liever niet over na denkt.

Naar aanleiding van een stuk uit de Volkskrant waarin staat dat 70% van het basisonderwijs gebruik maakt van Google heb ik mezelf toch uitgedaagd om deze vragen te stellen. Vragen die juist meer mensen zouden moeten stellen maar die vaak door onwetendheid het publieke debat niet bereiken.

In dit stuk deel ik een aantal van mijn vragen die tijdens mijn onderzoek naar boven zijn gekomen. Deze vragen zijn vaak al door meer onderzoekers gesteld, toch hoop ik dat dit mijn steentje bijdraagt in het publieke debat waarin maar weinig vragen gesteld lijken te worden over de invloed van grote technologiebedrijven.

Ik wil niet de diensten van grote-technologiebedrijven (met name Google) afraden of de illusie schetsen dat het bedrijf een grote mislukking is. Ik geloof er oprecht in dat deze bedrijven de wereld mooier hebben gemaakt. Wel is het mijn intentie om vraagtekens op te roepen om zo een stuk onwetendheid weg te nemen. In mijn autorijles zijn mijn leraar ooit tegen me ‘weet dat je een moordwapen in handen hebt’. Hetzelfde geld voor tech-giganten de mooiste ritten kunnen gemaakt worden, maar een botsing is niet uitgesloten.

De ‘guh’ van Google

Onderwijs is volgens het woordenboek het aanleren van kennis, vaardigheden en attitude. Een cruciale publieke sector waar iedere Nederlander wordt opgeleid om zich voor te bereiden op de wereld die komen gaat.  

In het onderwijs wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale platformen om informatie over te brengen. Apple en Microsoft mengde zich al vroeg in deze strijd om het leveren van ict voor school. De laatste jaren is er echter nog een andere speler in het veld gekomen namelijk Google. Tussen 2016 en 2019 is het jaarlijks markaandeel van Google in het onderwijs grofweg 30 procent per jaar gestegen.

Google biedt gratis services aan voor scholen. Dit zijn onder andere Gmail, Drive, Agenda, Hangouts en zo zijn er nog een aantal tools die docenten kunnen inzetten in hun les. Daarnaast bieden ze ook laptops aan met het besturingssysteem van Google, genaamd Chromebooks. Deze laptops zijn erg goedkoop ten opzichte van de concurrentie waardoor Apple en Microsoft buiten spel zijn gezet.  

Naast platformen voor in de klas zijn er ook online communities – Google Educator Groups.  Hier kunnen docenten en administratoren zich aanmelden om kennis en ideeën te delen. Daarnaast is het ook mogelijk om gecertificeerd top docent te worden.  Opgedeeld in twee niveaus kun je je als docent onderscheiden door een certificaat te behalen waarin je competenties laat zijn over het implementeren van Google in de klas.

Wat me opviel in mijn onderzoek was dat ook veel kleinere educatieve technologie ondernemingen verbonden zijn met een tech-gigant. Zo is Prowise een bedrijven dat digiborden maakt en de software hiervoor onder andere partner van Microsoft en Google. Ook in verschillende bronnen wordt aangegeven dat kleine succesvolle spelers vaak snel worden opgekocht door een tech-gigant. 

Het is niet gek dat veel onderwijsinstellingen voor Google kiezen. Door de lage kosten is het enorm aantrekkelijk om over te stappen. Daarnaast is de lobby van tech-giganten erg groot. In het gesprek met Jan Lepeltak gaf hij aan dat zowel Microsoft als Google veel geïnvesteerd om zich te vestigen in het onderwijs. Ook gaf hij aan dat de overheid zich passief heeft opgesteld. Scholen ontvangen een zak geld en moeten zelf keuzes maken rondom de implementatie van ICT, het is dan niet gek dat een tech-gigant in dit gat springt om ervan te profiteren. Daarnaast weten docenten weinig over de consequenties van de technologie die ingezet wordt.

Vragen

Dat Google een grote invloed heeft binnen de onderwijssector is dus duidelijk. Maar wat is hiervan het probleem? Het werkt immers perfect en Google voldoet aan diverse privacy eisen staat op hun website aangeven. Een aantal vragen die iedereen zou moeten stellen:

Wat is het voor een bedrijf?

Een belangrijke kanttekening die we niet uit het oog moeten verliezen is Google een bedrijf is dat winst maakt door de verkoop van data. Niet door het verkopen van spullen, niet door het verkopen van content, niet door het verkopen van een service maar door data. Ze hebben een beurswaarde van 1000 miljard door een enorm succesvol advertentiebedrijf te zijn. 

Google geeft aan dat het geen advertentieprofiel maakt van leerlingen en daarnaast ook geen advertenties toont op het onderwijs platform. Toch kijk ik argwanend naar deze ontwikkeling, dezelfde vergelijking zou zijn dat McDonalds een gezonde kantine financiert.

Mocht het toch zo zijn dat de data van leerlingen wordt gebruikt voor een advertentieprofiel kan dit tot grote problemen leiden. Naast de data die een tech-gigant ontvangt van de gebruiker of docent, als naam, telefoonnummer, leeftijd etc. Is er ook data bekend die wordt verzameld door jouw gedrag op een platform te analyseren. Dit is een belangrijk verschil. De data die wij ze geven is het minst belangrijke voor een tech-gigant. Stel je bezoekt in een week tien keer de site racefietsen.nl dan weet de tech-gigant dat jij na alle waarschijnlijkheid een fan bent van racefietsen. Dit is nog een redelijk simpele conclusie. Maar wat als de site jouw positie van de muis in de gaten houdt of analyseert hoe lang jij kijkt naar een foto. De patronen die hieruit gemeten kunnen worden creëren een super gedetailleerd profiel over jou. Na alle waarschijnlijkheid kent het bedrijf jou hierdoor beter dan je jezelf kent. Gebaseerd op deze geanalyseerde gegevens kan het bedrijf ook voorspellingen doen over de keuzes die je zal maken in de toekomst. 

Deze informatie kan doorverkocht worden aan bedrijven om gericht te kunnen adverteren. Zo zou CocaCola erg graag weten of jij op mannen of vrouwen valt om zo hun advertenties aan te passen met topless man of vrouw op de verpakking. Maar wat gebeurt er wanneer deze gegevens niet worden verkocht voor advertenties maar aan een verzekeraar, makelaar of recruiter. Een recruiter zou enorm geïnteresseerd zijn in jouw kennis, de manier waarop jij werkt, jouw aandachtspanne en andere zaken die invloed hebben op je baan. Gebaseerd op jouw profiel kan de recruiter zonder een gesprek te hebben al de optimale kandidaat voor een functie uitkiezen. Ook voor de verzekeraar is het enorm handig om te beschikken over deze gegevens. Wat als de verzekeraar weet dat jij maar één keer per maand naar de sportschool gaat maar wel drie keer per week de snackbar bezoekt. Mag de verzekeraar een hogere premie vragen gebaseerd op verzamelde gegevens over jou? Dit systeem waarin geld wordt verdiend door grootschalige surveillance wordt survaillence capitalism genoemd. Zuboff zegt dat bedrijven niet groot zijn door advertenties maar door de bekwaamheid die ze hebben om gedrag te voorspellen. Ook Harrari schrijft hierover hij zegt “Hun echte business is helemaal niet het verkopen van advertentieruimte. Door onze aandacht te trekken, weten ze immense hoeveelheden gegevens over ons te verzamelen, die meer waard zijn dan alle advertentie-inkomsten ter wereld. We zijn niet hun klanten, we zijn hun product.”

Naast commerciële bedrijven zouden de gegevens ook doorgespeeld kunnen worden naar de overheid. Dit zou op veel essentiële zaken invloed kunnen hebben denk aan de belastingdienst of het berekenen van de kans dat een persoon in de criminaliteit beland. Wat als de overheid jou verdenkt dat je binnen een maand een criminele actie zal ondernemen, mag het jou dan alvast extra in de gaten houden of alvast aanhouden? Doordat tech-giganten met name in Amerika zitten gaan de vragen niet alleen over de Nederlandse overheid. Wanneer je gegevens opslaat op een server die in Amerika staat heeft de Amerikaanse overheid al veel bevoegdheden om hierin te kijken. 

Kortom, er kleven grote gevaren aan de data die verzameld wordt om een profiel te maken. Kunnen we Google vertrouwen op de gegevens van leerlingen echt niet gebruikt worden, ook niet in de toekomst?

Waar zijn onze publieke waarden?

Onze waarden en wetten in de publieke sector zijn bepaald door een democratisch proces. Wat gebeurt er wanneer een bedrijf met commerciële belangen zich mengt in de publieke sector? De waarden en wetten van een bedrijf zullen drastisch anders zijn, in hoeverre stoort dit met het onderwijs? 

Door tech-giganten het onderwijs te laten betreden komen er partijen binnen die invloed hebben op de publieke ruimte. Efficiëntie is een waarde die veel bedrijven najagen, toch is dit iets dat je niet graag in het onderwijs terugziet. Daarnaast zijn de tech-giganten voornamelijk gevestigd in Amerika, de waarden die in Amerika belangrijk zijn anders dan in Europa, dit kan botsen. Ook al zou een tech-gigant geen inbreuk doen op de privacy van een leerling is alsnog de architectuur van het platform gebaseerd op het analyseren van data. Zo kan een ‘emoticon’ icoon gemakkelijk worden overgenomen op een onderwijsplatform waarmee gebruikers uiten hoe zij zich voelen. Door dit soort implementaties wordt het steeds lastiger onderscheid te maken tussen de publieke en private ruimte. 

 Doordat de werking van platformen (zoals Google Scholar) verstopt raakt in technologische en economische processen onttrekken ze zich aan democratische controle.  Kan een bedrijf zomaar deze publieke waarden en wetten verwerken in het platform dat ingezet wordt bij scholen? 

Hoe groot is de invloed van het bedrijf

Tech-giganten zijn enorm groot en krijgen veel invloed in alle sectoren. Moeten we willen dat één bedrijf zowel over de zorg, onderwijs, vrijetijdbesteding en andere sectoren iets te zeggen heeft? Wat gebeurt er als verschillende van deze data zich mengen? 

De eerdergenoemde advertentieprofielen worden pas echt groot wanneer verschillende data aan elkaar gekoppeld worden. Tech-giganten lijken in alle sectoren te zitten. In november 2019 werd bekend dat Google samenwerkt met de op één na grootste zorginstelling van Amerika om data op te slaan en te analyseren. De taximarkt is door de opkomst van Uber compleet veranderd en ook het verhuren van huizen is door Airbnb een nieuwe markt geworden. Ten slotte gaat een groot deel van onze communicatie via Whatsapp, Instagram en Facebook die alle drie in handen zijn van Facebook Inc. Wanneer een leerling naar huis gaat zal zij/hij ook in de vrijetijd op het platform van de tech-gigant blijven om bijvoorbeeld een YouTube video te bekijken. Dit zorgt ervoor dat een handvol bedrijven alle data kan analyseren gedurende de dag en niet alleen inzicht heeft in de onderwijsresultaten. Wanneer jonge gebruikers wennen aan het platform en een account krijgen zullen ze ook buiten school dit inzetten. Over de vraag of de monopolie positie van tech-bedrijven een probleem is verschillen de meningen over, in het verleden zijn er al vaker aanbieders van software in het onderwijs gewest die een groot aandeel hadden. Daarnaast zie je op dit moment dat er op het hoger onderwijs andere software wordt gebruikt dan in het basis onderwijs waardoor leerlingen sowieso overschakelen. Zelf vind ik het vooral zorgwekkende wanneer bedrijven in alle sectoren handelen.

Wat als alles gemeten wordt?

Door het analyseren van data kan gepersonaliseerd onderwijs aangeboden worden. Dit klinkt erg mooi zo kan een leerling precies het onderwijs krijgen dat zij/hij nodig heeft. De keerzijde hieraan is dat een leerling niet meer vrij kan oefenen zonder dat die leidt tot een oordeel er ontstaat een afreken cultuur. 

Door alles te monitoren kunnen fouten uit het verleden de kansen voor de toekomst op het spel zetten. Daarnaast zal een leerling zich anders gedragen wanneer je weet dat je in de gaten gehouden wordt. Als ik naar mezelf kijk loop ik in mijn proces heel vaak vast. Maar juist door niet direct van A naar B te gaan maar onderzoekend naar het eindpunt toe te werken ontdek ik nieuwe methodes en manieren om iets te doen. Wanneer ik gebaseerd op efficiëntie lineair naar mijn eindpunt zou gaan zou veel missen in mijn proces. 

Hoe ziet de toekomst eruit?

Een laatste zorg is dat we niet weten wie er in de toekomst aan de macht komt. Wat gebeurt er met onze advertentie profielen wanneer Mark Zuckerberg of Larry Pagae stopt en er een opvolger aantreedt. Hetzelfde geld voor de overheid wat gebeurt er wanneer er een extreem politiek leider de macht krijgt. Op dit moment, tijdens de corona crisis zie je al dat er door veel landen graag gebruikt wordt gemaakt van data om de crisis te bestrijden maar worden dit soort keuzes ook teruggedraaid na de corona crisis? Wat als Hitler in de tweede wereldoorlog toegang had gehad tot het bestand waarin staat tot welke geloof stroming iemand behoort dan had de tweede wereldoorlog er waarschijnlijk heel anders uitgezien.  

Iemand nog vragen?

In de afgelopen minuten heb ik je een aantal vragen gegeven over de eventuele gevolgen van tech-giganten in het onderwijs. Zonder de schuld bij iemand neer te leggen of ervan uit te gaan dat een bedrijf zich niet houdt aan de AVG-wetgeving. Hoop ik weerstand te bieden tegen de onwetendheid die onderwijzers, studenten, politiek en andere betrokkenen hebben rondom de grote invloed die deze bedrijven uitoefenen.

Interview

Interview – Pierre Gorissen iXperium

Zoals al kort verteld doe ik onderzoek naar de macht van grote technologiebedrijven in het onderwijs. De afgelopen tijd heb ik verschillende literatuur doorgelezen en met een aantal mensen uit het basisonderwijs gesproken over dit thema. Via een student op de Pabo kwam ik bij iXperium/Centre of Expertise Leren met ict uit, zodoende leidde dit tot jou.

Je houdt je al een lange tijd bezig met de combinatie tussen technologie en leren. Kun je kort vertellen wat je doel of visie is op dit gebied? Waarom is deze combinatie zo belangrijk?

Een Centre of Expertise is een samenwerkingsvorm  binnen het hbo waarbij een  duidelijke relatie ligt tussen onderzoek en het werkveld. Ons Centre of Expertise is verbonden aan het lectoraat van Marijke Kral. Dit lectoraat gaat over gepersonaliseerd leren met ict. Het uitgangspunt is dat we elke leerling of student onderwijs willen bieden dat past bij wat die leerling nodig heeft. Als je dat in het onderwijs wilt inrichten, om onderwijs voor elke leerling optimaal maken, kun je dat niet zonder ict organiseren. Wij richten ons daarbij op leraren, lerarenopleiders en leraren in opleiding als schakelpunt om dat te bereiken.

Veel leraren hebben best wel problemen met het inzetten van ict in hun onderwijs en weten vaak niet hoe ze moeten beginnen. We hebben daarom fysieke labs waar leraren met leerlingen kunnen komen. Hier gaan de leerlingen met onderwijs met ict aan de slag onder begeleiding van mediamentoren en kunnen leraren zien wat mogelijk is.

Het zal je niet ontgaan zijn dat de laatste jaren Google een grote opmars heeft gemaakt binnen het onderwijs (70% van het Nederlandse basisonderwijs werkt met Google). Hoe kijk je naar deze ontwikkeling, vanwaar deze snelle opmars?

Wanneer mensen die 70% horen zien ze dit vaak direct als een probleem. Vroeger werkte ik met WordPerfect, in het bedrijfsleven moesten mensen betalen voor deze software en op scholen kregen ze het gratis. In het onderwijs had WordPerfect 95% marktaandeel, inmiddels kent niemand ze meer.

Dat softwareleveranciers het onderwijs als een goede plek zien om mensen vertrouwd te zien worden met hun software is eigenlijk al zo oud als software zelf is. Dat je zou kunnen vragen “is het niet beter als leerlingen en leraren met meer verschillende pakketten werken?”, dan ben ik het met je eens.

Ik snap dat mensen zich afvragen of het wel wenselijk dat één leverancier het hele onderwijs in zijn macht heeft. Maar dat is sowieso al niet zo, als je kijkt naar het mbo, hbo en universitaire wereld dan wordt daar veel met producen van Microsoft gewerkt, naast een veelvoud van andere software. En natuurlijk moet je met die grote (en kleinere) bedrijven goede afspraken moet maken.

Wij zijn als voor Microsoft en Google relatief kleine partijen, we hebben een beetje invloed op wat ze doen, maar gelukkig ook vaak genoeg: In Duitsland had Microsoft eerst servers staan waar gegevens van leerlingen werden opgeslagen. Microsoft wilde deze weghalen maar uiteindelijk hebben ze moeten terugkrabbelen omdat dit betekende dat ze in Duitsland geen diensten meer mochten aanbieden.

Mijn punt daarbij is dat de uitdaging onafhankelijk is van de vraag of het om Google gaat of om een andere leverancier. Vanuit het onderwijs moeten we altijd alert blijven over wat de voorwaarden zijn waarin deze software wordt aangeboden en wat gebeurt er met onze data. Hoe zitten we in de machtsverhouding, wie bepaalt uiteindelijk hoe we het onderwijs inrichten.

Als ik kijk naar de lange termijn maak ik me daar waarschijnlijk een stuk minder zorgen over dan sommige andere mensen. Ja, je moet er alert over zijn maar nee het is niet het einde van de wereld.

Je zegt, er moeten wel vragen gesteld worden. Wie zouden volgens jou die vragen moeten stellen. Is dit de pabo, overheid, leraren, koepel?

Allemaal. Wanneer wij docenten ict-waardig proberen te maken proberen we ze ook te leren dat ze niet alle tools kunnen gebruiken die beschikbaar zijn. Je moet er rekening mee houden dat sommige tools informatie van leerlingen vragen of bijhouden. Het is relevant dat een docent hiervan bewust is. Een van de taken die een leraar ook heeft is om ict-geletterde leerlingen op te leiden. Dus om hen ook te leren hoe daar mee om te gaan.

Aan de andere kant veel contracten kun je niet individueel op leraar-niveau regelen, maar worden afgesloten op schoolniveau door mensen die daarbij kunnen helpen. Gesprekken met Microsoft op schoolniveau is dan weer niet handig, dan ben je te klein, maar daarom nemen we zulke software af via Surf. Zij kunnen als overkoepelend orgaan wel zinvolle gesprekken voeren met Microsoft namens heel hoger onderwijs in Nederland. De Nederlandse regering zorgt weer voor wetgeving. Iedereen heeft zo op zijn eigen niveau een rol. Ook een student of een leerling moet daar dus iets van weten.

Terugkomend op wat je net zei, Microsoft biedt scholen voor minder geld dan bedrijven software aan. Google is en blijft echter een data bedrijf toch? Ik snap dat ze voldoen aan alle AVG wetten maar zit er niet een verschil tussen de big–tech stroming die geld verdiend met data en een stroming die geld verdiend door de verkoop van hardware?

Ja dat is een goede vraag. Kijk ook Microsoft moet natuurlijk geld verdienen. Het is een beetje de vraag, waar verdienen ze het meeste geld aan? Verdienen ze aan studenten die gewend raken aan hun omgeving of aan data, ik denk dat het een beetje die combinatie is.

Google is inmiddels zo groot dat wanneer je kijkt op het niveau van Alphabet dat advertentie-inkomsten wel belangrijk zijn maar het maar een onderdeel is van het bedrijf. Dan is de vraag op welk niveau is het binnen Google erg dat ze bepaalde data verzamelen. Voor advertenties is het vaak dat ze gebruik maken van heel generieke data. Natuurlijk ze plaatsen advertenties maar moeten we dan automatisch zeggen dat we Google Apps for Education niet gebruiken in het onderwijs? Dat dat zijn voor mij gescheiden werelden.
Anders wordt het bij de vraag of je Facebook moet gebruiken in het onderwijs. Dat vind ik een moeilijkere, dat ligt voor mij aan de “verkeerde” kant van de lijn. Met Facebook kunnen we geen enkele afspraken maken. Terwijl als ik dan bijvoorbeeld in Google Apps een presentatie maak dan ga ik er niet vanuit dat Google hun overeenkomst breekt en de inhoud van die presentatie gebruikt om me advertenties te tonen. Dan kan ik bij elk contract ervan uitgaan dat het gebroken wordt. Er zijn bedrijven waarvoor het niet is geregeld en die we niet kunnen gebruiken in het onderwijs. z

Op het moment dat we afspraken kunnen maken met bedrijven over wat ze doen met onze informatie dan maakt het mij niet uit of dat bedrijf Google heet of Microsoft.

Het betekent nog wel dat wanneer wij onderwijsmateriaal maken en dit in een leeromgeving stoppen dat we nog wel kunnen overstappen. Wanneer je niet meer in staat bent om over te stappen naar een ander systeem dan heb je een probleem. 

Pabo studenten die ik sprak maakte zich vrij weinig zorgen over dit soort vraagstukken, dit baarde mij wel zorgen.

Daar moet ik je gelijk in geven. Marc Prensky heeft ooit een boek geschreven waarin hij stelt dat mensen die opgegroeid zijn met technologie probleemloos kunnen omgaan met technologie (“digital natives” versus “digital imigrants”). Gelukkig is dit inzicht inmiddels verandert en weten we dat een digital native niet bestaat. Pabo studenten weten vaak wel hoe een telefoon werkt maar hebben lang niet altijd een kritische blik ten opzichte van het gebruik van dat apparaat of wat er met hun data moet of mag gebeuren. Niemand heeft dat van nature in zich zitten, dat moet je leren. Het probleem is alleen dat we daar een extra stap te maken hebben. Eerst moeten we de lerarenopleiders opleiden zodat zij het snappen, daarna kunnen ze de studenten het duidelijk maken. Dat proces is gaande. Ik kan me goed voorstellen dat studenten nog niet zo kritisch zijn.