Staat van de Wereld 14

Afgelopen week heb ik iets afstand genomen van mijn onderzoek en gekeken wat ik allemaal te weten ben gekomen. Met als doel hoe ik deze bak informatie in één verhaal kan zetten. Dit ben ik aan het uitwerken in een verslag (zie onderstaand eerste versie). Daarnaast heb ik Jan Lepeltak geïnterviewd dit was een erg interessant gesprek omdat hij al lang in het onderwerp ict en onderwijs zit. Aankomende donderdag heb ik een gesprek met een onderzoeker van IXperium een netwerkorganisatie op het gebied van ict en onderwijs.

Onderzoek

Tech-giganten in het onderwijs onderzoek (v.1)

Inleiding

Grote technologiebedrijven in het onderwijs

Elke dag wanneer ik uit mijn bed stap of soms nog terwijl ik in mijn bed lig rijkt mijn hand naar mijn telefoon. Terwijl ik langzaam wakker word glijden mijn vingers over het scherm. Ik lees mijn Whatsapp berichten, kijk wat ik op Instagram heb gemist, open mijn Snapchat, lees nieuwe mails in Gmail en tot voorkort scrolde ik ook snel mijn Facebook tijdlijn door. In de eerste tien minuten dat ik wakker ben heb ik al contact gehad met drie van de vijf grootste technologiebedrijven op de wereld.

Gedurende de dag zijn deze bedrijven zijn de hele dag bij mij. Ik kan me geen dag meer voorstellen dat ik geen gebruik maak van Google, Facebook, Amazon, Apple of Microsoft.

Uiteraard heeft dit een reden, ik maak graag gebruik van de producten die deze bedrijven aanbieden omdat ze zo fantastisch werken. Snelle producten die niet vastlopen en mooi ontworpen zijn. Daarnaast is het grootste deel van deze producten ook nog eens gratis. Tel uit je winst.

Toch roept het ook vragen bij me op wanneer ik hieraan denk, gratis producten die zo mooi zijn. Vragen die je vaker langs hoort komen wanneer je het nieuws volgt. Vragen over privacy, algoritme, big-data en andere vage termen. Vragen waar je liever niet over na denkt.

Naar aanleiding van een stuk uit de Volkskrant waarin staat dat 70% van het basisonderwijs gebruik maakt van Google heb ik mezelf toch uitgedaagd om deze vragen te stellen. Vragen die juist meer mensen zouden moeten stellen maar die vaak door onwetendheid het publieke debat niet bereiken.

In dit stuk deel ik een aantal van mijn vragen die tijdens mijn onderzoek naar boven zijn gekomen. Deze vragen zijn vaak al door meer onderzoekers gesteld, toch hoop ik dat dit mijn steentje bijdraagt in het publieke debat waarin maar weinig vragen gesteld lijken te worden over de invloed van grote technologiebedrijven.

In dit stuk wil ik niet de diensten van grote-technologiebedrijven (met name Google) afraden of de illusie schetsen dat het bedrijf een grote mislukking is. Het is mijn intentie om vraagtekens op te roepen om zo een stuk onwetendheid weg te nemen.

De ‘guh’ van Google

Onderwijs is volgens het woordenboek het aanleren van kennis, vaardigheden en attitude. Een cruciale publieke sector waar iedere Nederlander wordt opgeleid om zich voor te bereiden op de wereld die komen gaat.  

In het onderwijs wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale platformen om informatie over te brengen. Apple en Microsoft mengde zich al vroeg in deze strijd om het leveren van ict voor school. De laatste jaren is er echter nog een andere speler in het veld gekomen namelijk Google. Tussen 2016 en 2019 is het jaarlijks markaandeel van Google in het onderwijs grofweg 30 procent per jaar gestegen.

Google biedt gratis services aan voor scholen. Dit zijn onder andere Gmail, Drive, Agenda, Hangouts en zo zijn er nog een aantal tools die docenten kunnen inzetten in hun les. Daarnaast bieden ze ook laptops aan met het besturingssysteem van Google, genaamd Chromebooks. Deze laptops zijn erg goedkoop ten opzichte van de concurrentie waardoor Apple en Microsoft buiten spel zijn gezet.  

Naast platformen voor in de klas zijn er ook online communities – Google Educator Groups.  Hier kunnen docenten en administratoren zich aanmelden om kennis en ideeën te delen. Daarnaast is het ook mogelijk om gecertificeerd top docent te worden.  Opgedeeld in twee niveaus kun je je als docent onderscheiden door een certificaat te behalen waarin je competenties laat zijn over het implementeren van Google in de klas.

Wat me opviel in mijn onderzoek was dat ook veel kleinere educatieve technologie ondernemingen verbonden zijn met een tech-gigant. Zo is Prowise een bedrijven dat digiborden maakt en de software hiervoor onder andere partner van Microsoft en Google. Ook in verschillende bronnen wordt aangegeven dat kleine succesvolle spelers vaak snel worden opgekocht door een tech-gigant. 

Het is niet gek dat veel onderwijsinstellingen voor Google kiezen. Door de lage kosten is het enorm aantrekkelijk om over te stappen. Daarnaast is de lobby van tech-giganten erg groot. In het gesprek met Jan Lepeltak gaf hij aan dat zowel Microsoft als Google veel geïnvesteerd om zich te vestigen in het onderwijs. Ook gaf hij aan dat de overheid zich passief heeft opgesteld. Scholen ontvangen een zak geld en moeten zelf keuzes maken rondom de implementatie van ICT, het is dan niet gek dat een tech-gigant in dit gat springt om ervan te profiteren. Daarnaast weten docenten weinig over de consequenties van de technologie die ingezet wordt.

Wat is het probleem?

Dat Google een grote invloed heeft binnen de onderwijssector is dus duidelijk. Maar wat is hiervan het probleem? Het werkt immers perfect en Google voldoet aan diverse privacy eisen staat op hun website aangeven

Advertentiebedrijf

Een belangrijke kanttekening die we niet uit het oog moeten verliezen is Google een bedrijf is dat winst maakt door de verkoop van data. Niet door het verkopen van spullen, niet door het verkopen van content, niet door het verkopen van een service maar door data. Ze hebben een beurswaarde van 1000 miljard door een enorm succesvol advertentiebedrijf te zijn. 

Google geeft aan dat het geen advertentieprofiel maakt van leerlingen en daarnaast ook geen advertenties toont op het onderwijs platform. Toch kijk ik argwanend naar deze ontwikkeling, dezelfde vergelijking zou zijn dat McDonalds een gezonde kantine financiert.

Mocht het toch zo zijn dat de data van leerlingen wordt gebruikt voor een advertentieprofiel kan dit tot grote problemen leiden. Naast de data die een tech-gigant ontvangt van de gebruiker of docent, als naam, telefoonnummer, leeftijd etc. Is er ook data bekend die wordt verzameld door jouw gedrag op een platform te analyseren. Dit is een belangrijk verschil. De data die wij ze geven is het minst belangrijke voor een tech-gigant. Stel je bezoekt in een week tien keer de site racefietsen.nl dan weet de tech-gigant dat jij na alle waarschijnlijkheid een fan bent van racefietsen. Dit is nog een redelijk simpele conclusie. Maar wat als de site jouw positie van de muis in de gaten houdt of analyseert hoe lang jij kijkt naar een foto. De patronen die hieruit gemeten kunnen worden creëren een super gedetailleerd profiel over jou. Na alle waarschijnlijkheid kent het bedrijf jou hierdoor beter dan je jezelf kent. Gebaseerd op deze geanalyseerde gegevens kan het bedrijf ook voorspellingen doen over de keuzes die je zal maken in de toekomst. 

Deze informatie kan doorverkocht worden aan bedrijven om gericht te kunnen adverteren. Zo zou CocaCola erg graag weten of jij op mannen of vrouwen valt om zo hun advertenties aan te passen met topless man of vrouw op de verpakking. Maar wat gebeurt er wanneer deze gegevens niet worden verkocht voor advertenties maar aan een verzekeraar, makelaar of recruiter. Een recruiter zou geïnteresseerd zijn in jouw kennis, de manier waarop jij werkt, jouw aandachtspanne en andere zaken die invloed hebben op je baan. Gebaseerd op jouw profiel kan de recruiter zonder een gesprek te hebben al de optimale kandidaat voor een functie uitkiezen. Ook voor de verzekeraar is het enorm handig om te beschikken over deze gegevens. Wat als de verzekeraar weet dat jij maar één keer per maand naar de sportschool gaat maar wel drie keer per week in de snackbar te vinden bent. Mag de verzekeraar een hogere premie vragen gebaseerd op verzamelde gegevens over jou? Dit systeem waarin geld wordt verdiend door grootschalige surveillance wordt survaillence capitalism genoemd. Zuboff de bedenker van deze term zegt dat bedrijven niet groot zijn door advertenties maar door de bekwaamheid die ze hebben om gedrag te voorspellen. Ook Harrari schrijft hierover hij zegt “Hun echte business is helemaal niet het verkopen van advertentieruimte. Door onze aandacht te trekken, weten ze immense hoeveelheden gegevens over ons te verzamelen, die meer waard zijn dan alle advertentie-inkomsten ter wereld. We zijn niet hun klanten, we zijn hun product.”

Naast commerciële bedrijven zouden de gegevens ook doorgespeeld kunnen worden naar de overheid. Dit zou op veel essentiële zaken invloed kunnen hebben denk aan de belastingdienst of het berekenen van de kans dat een persoon in de criminaliteit beland. Wat als de overheid jou verdenkt dat je binnen een maand een criminele actie zal ondernemen, mag het jou dan alvast extra in de gaten houden of alvast aanhouden? Doordat tech-giganten met name in Amerika zitten gaan de vragen niet alleen over de Nederlandse overheid. Wanneer je gegevens opslaat op een server die in Amerika staat heeft de Amerikaanse overheid al veel bevoegdheden om hierin te kijken. 

Kortom, er kleven grote gevaren aan de data die verzameld wordt om een profiel te maken. Kunnen we Google vertrouwen op de gegevens van leerlingen echt niet gebruikt worden, ook niet in de toekomst?

Toekomstige leiders

Een tweede zorg is dat we niet weten wie er in de toekomst aan de macht komt. Wat gebeurt er met onze advertentie profielen wanneer Mark Zuckerberg of Larry Pagae stopt en er een opvolger aantreedt.

Hetzelfde geld voor de overheid wat gebeurt er wanneer er een extreem politiek leider de macht krijgt. Op dit moment, tijdens de corona crisis zie je al dat er door veel landen graag gebruikt wordt gemaakt van data om de crisis te bestrijden maar worden dit soort keuzes ook teruggedraaid na de corona crisis? Wat als Hitler in de tweede wereldoorlog toegang had gehad tot het bestand waarin staat tot welke geloof stroming iemand behoort dan had de tweede wereldoorlog er waarschijnlijk heel anders uitgezien.  

Publieke waarden

Onze waarden en wetten in de publieke sector zijn bepaald door een democratisch proces. Wat gebeurt er wanneer een bedrijf met commerciële belangen zich mengt in de publieke sector? De waarden en wetten van een bedrijf zullen drastisch anders zijn, in hoeverre botst dit met het onderwijs? 

Door tech-giganten het onderwijs te laten betreden komen er partijen binnen die invloed hebben op de publieke ruimte. Efficiëntie is een waarde die veel bedrijven najagen, toch is dit iets dat je niet graag in het onderwijs terugziet. Daarnaast zijn de tech-giganten voornamelijk gevestigd in Amerika, de waarden die in Amerika belangrijk zijn anders dan in Europa, dit kan botsen. Ook al zou een tech-gigant geen inbreuk doen op de privacy van een leerling is alsnog de architectuur van het platform gebaseerd op het analyseren van data. Zo kan een ‘emoticon’ icoon gemakkelijk worden overgenomen op een onderwijsplatform waarmee gebruikers uiten hoe zij zich voelen. Door dit soort implementaties wordt het steeds lastiger onderscheid te maken tussen de publieke en private ruimte. 

Doordat de werking van platformen (zoals Google Scholar) verstopt raakt in technologische en economische processen onttrekken ze zich aan democratische controle.  Kan een bedrijf zomaar deze publieke waarden en wetten verwerken in het platform dat ingezet wordt bij scholen? 

Keuzevrijheid

Zonder enige keuze worden kinderen opgenomen in het ecosysteem van Google. Het doel van het tech-bedrijf is dat zoveel mogelijk mensen kiezen voor hun platform. Maar in hoeverre is er sprake van een keuze wanneer leerlingen automatisch aangesloten zijn bij een bedrijf wanneer ze een les volgen.

Alles in data

Door het analyseren van data kan gepersonaliseerd onderwijs aangeboden worden. Dit klinkt erg mooi zo kan een leerling precies het onderwijs krijgen dat zij/hij nodig heeft. De keerzijde hieraan is dat een leerling niet meer vrij kan oefenen zonder dat dit leidt tot een oordeel er ontstaat een afreken cultuur.

Interview

Jan Lepeltak

Zoals al kort verteld doe ik onderzoek naar de macht van grote technologiebedrijven in het onderwijs. De afgelopen tijd heb ik verschillende literatuur doorgelezen en met een aantal mensen uit het basisonderwijs gesproken over dit thema. In het artikel van de Groene zag ik uw naam zodoende heb ik contact met u opgenomen.

U houdt zich al een enorm lange tijd bezig met het ict en het onderwijs wat was uw doel of de aanleiding toen u in dit vakgebied stapte?

Ik ben leraar Nederlands geweest 10 jaar lang van mavo tot 6 vwo. Naast Nederlands heb ik ook algemene taalwetenschap gestudeerd. In algemene taalwetenschappen was mijn interessegebied vooral computational language – computertaalkunde en algebraïsche taalkunde. Mijn interesses voor computers stamt dus uit de jaren 70 nog voor de pc uitkwam. Toen de pc uitkwam vroeg ik me af hoe je een pc kunt gebruiken in het onderwijs. Hier heb ik toen veel over geschreven in vakbladen.

Doordat u zich al een lange tijd bezighoudt met ICT en onderwijs heeft u waarschijnlijk ook de opmars van technologiebedrijven in het onderwijs gezien. Heeft u een verklaring voor de ontzettends snelle opmars van deze bedrijven in het onderwijs, en wat is uw mening hierover?

De eerste twee grote bedrijven die zich met het onderwijs gingen bemoeien waren Apple en Microsoft. De Macintosh met een grafische interface was een revolutie, later is dit overgenomen door Windows. Ondanks een lobby voor de Apple en onderwijskundig die zijden dat de Macintosh het beste apparaat was werd er niet gekozen voor de Macintosch. Dit omdat de overheid vond dat je dan te afhankelijk was van één leverancier. Er is toen een lobby geweest en Bill Gates is naar Nederland gekomen om de Windows versie te demonsteren. Hier was ik zelf ook bij (met trots) ‘ik sta nog met Bill Gates op de foto’. Het beleid van Microsoft is heel lang geweest dat ze alleen een apparaat leverde en zich niet bemoeide met het onderwijs. Dit is helemaal losgelaten, ze bemoeien zich nu op allerlei manier met het onderwijs. Nog iets minder met de content maar dat is ook begonnen, door de digitale encyclopodie Encarta te introduceren.

Wat bij Google de doorbraak is geweest is dat ze heel goedkoop de Chromebooks hebben verkocht. Het verschil met Microsoft is dat hun primaire businesmodel is gericht op hun software, bij die andere ligt dat meer op de hardware. Bij Google ging het niet om iets tastbaars maar hun handel zit hem gewoon in data en het manipuleren van data.

Ik zie twee oorzaken voor de snelle opmars van Google

-De overheid heeft zich enorm passief opgesteld. Kennisnet bestaat wel maar dit heeft niet heel veel impact gehad. Er is hier heel veel geld in gestoken maar niemand weet precies wat het heeft opgeleverd. Door verschillende regelingen kregen schoolbesturen een grote zak geld (londo regeling), scholen moesten dan zelf maar uitzoeken hoe ze dit besteedde. Door listig optreden van bedrijven gingen scholen ook over op sommige materialen. Tien vijftien jaar geleden organiseerde Microsoft reisjes naar het hoofdkantoor voor schoolbesturen die volledig werden gefinancierd door Microsoft…

-Het schoolbestuur weet niet wat de consequenties zijn. Veel meer onderwijs speelt zich af op basis van licenties, online worden oefeningen gedaan. De vraag is in hoeverre is dat goed dichtgetimmer met privacy. Er is wel veel gebeurd de wet is daarin wel beter geworden maar als je het niet weet kun je ook niet nagaan of het goed gebruikt wordt. Je zou kunnen zeggen er is ook te weinig geld. Maar dat is moeilijk na te gaan. Het is natuurlijk sowieso heel aantrekkelijk als je die dingen zo maar aangeboden krijgt.

Vind u dat er genoeg vragen worden gesteld rondom de eventuele gevolgen van big-tech dat zich mengt in het onderwijs?

Er is inmiddels wel een club schoolbesturen die zich bezighoudt met het gezamenlijk inkopen van content. Maar wat je nu ziet is dat een aantal van die zogenaamde boekenhuizen als Edink ook aan het fuseren zijn waardoor je een machtsmonopolie krijgt. Het is duidelijk dat niemand er echt veel grip op heeft. En dan komt ook nog eens Microsoft en Google langs die opleidingen verzorgen voor leraren.

Dan kom je bij het andere belangrijke punt, bij de leraren opleidingen. Daar is verbazingwekkend weinig kennis over dit onderwerp.

Maakt u zich er zorgen over dat een advertentiebedrijf ons onderwijs gaat bepalen?

Dat vind ik heel zorgelijk, zeker als het over het onderwijs gaat. Je weet ook niet hoe die algoritmes werken. Het is wel een beetje een jungle. De kennis zowel bij de overheid is er niet. De overheid op alle fronten heeft het grootste gedeelte van de kennis in de jaren 90 eruit gegooid. Dat was een politieke filosofie breed gedragen die zijden we moeten niet zo centraal zijn. Ook op het gebied van ICT en onderwijs is alle kennis de deur uit gegaan.

Nederland loopt zwaar achter als het gaat om coding, informatics etc. Wat je ziet is dat Google dan een miljoen euro geeft voor de nascholing van leraren informatica in Nederland. Dat hebben ze uitbesteed aan een club in Amsterdam. Het is echt een jungle het zijn cowboys die hun kansen zien. Met name Google is wel heel agressief, Microsoft is wel iets terughoudender. Ik ken mensen die hier voor werken, en je moet ook oppassen want die bedrijven duiken in dat gat, dat kun je ze niet kwalijk nemen. Maar dat betekent niet dat je dat ook goed zou moeten vinden.

Ik zit in een Europese club die zich bezighoud met het vak informatica. Daar zitten grote belangen bij van Microsoft en Google. Er is een groot personeelstekort in informatica.

Hebben tech-giganten er niet voor gezorgd dat het afstandsonderwijs geslaagd is? Het is door hun platformen immers erg gemakkelijk en goedkoop om afstandsonderwijs te geven.

Simon Pepper een van de pioneers op het gebied van ict en onderwijs zij, computers kunnen het slechtste en beste naar voren halen in het onderwijs. En dat zie je ook. Ik moet zeggen het beste is dat je de mogelijkheid om op deze manier te communiceren mist je je kunt realiseren wat daarmee gebeurt. Het grote gevaar is dat er een monopolist ontstaat die de zaak totaal beheerst. Het tweede grote gevaar is dat het volstrekt onduidelijk is wat er met die data gebeurt.

Wat je ziet in Amerika en Engeland gaat zich bijna altijd hier ook voltrekken. Wat je in Amerika nu ziet is dat er een privatisering ontstaat in het onderwijs. In Nederland zie je bijvoorbeeld dat bij laag geletterdheid dat onderwijs op sommige stukken aanzienlijk te kort schiet. Dit is de laatste jaren alleen maar slechter geworden. En ‘s morgens hoor je op de radio reclames voor onderwijs. Dat is toch een langzame privatisering. Lezen hoor je gewoon op school te leren. Ik zie dit als een begin voor de privatisering. Je weet ook niet welke grote bedrijven aandeelhouders zijn in deze clubs.  

Bronnen

https://www.groene.nl/artikel/als-u-beweegt-zie-ik-u-niet-meer